Bijtelling privégebruik voor bestelauto van (banket)bakker

Een (banket)bakkersbedrijf is in het bezit van een bestelauto. Deze auto wordt zakelijk bereden door 6 werknemers die echter geen sluitende kilometeradministratie aanhouden.
Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur naheffingsaanslagen loonheffing op ter zake van het privégebruik van deze auto. 

Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de bakker niet aangetoond dat de auto niet voor privédoeleinden ter beschikking was gesteld. Nu vaststaat dat er voor deze auto geen (sluitende) kilometeradministratie is bijgehouden, dient er vanuit te worden gegaan dat de auto ook voor privédoeleinden door de werknemers gebruikt kon worden en dus daarvoor ter beschikking stond.

Verder heeft de bakker ook geen bewijs overgelegd waaruit blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. 
Voorts wijst de Rechtbank een door de bakker gedaan beroep op het vertrouwensbeginsel af. 
Tijdens een eerder bedrijfsbezoek door medewerkers van de Belastingdienst, is het gebruik van de bestelauto toen niet expliciet onderzocht.
Tenslotte oordeelt de Rechtbank wel dat er sprake is van ‘doorlopend afwisselend gebruik van een bestelauto’ in de zin van artikel artikel 31, eerste lid, onderdeel d van de Wet LB. 

Dit houdt concreet in dat de bakker eindheffing verschuldigd is over de bijtelling privégebruik auto.
Als laatste oordeelt de Rechtbank dat er geen plaats is voor boetes omdat er geen sprake is van opzet of grove schuld.

Naar het overzicht